Jaarmagazine 2025
Intensieve 24-uursmaatwerktrajecten voor jongeren met complexe problematiek

Zorg op Maat als alternatief voor JeugdzorgPlus

Fotobijschrift: Gedragswetenschappers Miriam (links) en Myrte van Combinatie Jeugdzorg en John Goessens, landelijk adviseur en projectleider in de Jeugdzorg

Een van de landelijke ambities in de jeugdzorg is het afbouwen van JeugdzorgPlus (gesloten jeugdhulp). In proeftuinen wordt gezocht naar passende alternatieven. In dat kader is Combinatie Jeugdzorg, op vraag van gemeenten, in 2025 gestart met de proeftuin Zorg op Maat: intensieve 24-uursmaatwerktrajecten voor jongeren van 12 tot 18 jaar met complexe problematiek, die uit de JeugdzorgPlus uitstromen of daar dreigen terecht te komen.

De trajecten vinden plaats in zeer kleinschalige settingen met maximaal drie jongeren. Gedragswetenschappers Miriam en Myrte van Combinatie Jeugdzorg zijn nauw betrokken. Inspirator is John Goessens, die op basis van zijn expertise in verschillende regio’s in het land betrokken is bij de zoektocht naar goede alternatieven voor de JeugdzorgPlus.

Kleinschaligheid en onvoorwaardelijkheid

Volgens John ligt de sleutel in kleinschaligheid en continuïteit. “Deze jongeren hebben vaak een verleden waarin ze steeds weer verplaatst werden. Daardoor zijn ze het vertrouwen in volwassenen én in hun eigen perspectief kwijtgeraakt. Juist daarom hebben ze begeleiders nodig die zeggen: ongeacht wat je doet, ik wijs je niet af, ik blijf bij je.” Miriam vult aan: “Die onvoorwaardelijkheid vormt de kern van onze visie. Dat zie je terug in de manier waarop we werken én in de vaste gezichten op de groep.” Dat vraagt veel van professionals. “Het betekent dat medewerkers langdurig beschikbaar zijn en ook 24-uursdiensten draaien,” zegt Myrte. “Om die continuïteit en flexibiliteit te waarborgen, werken we samen met detacheringsbureau BLND.”

Sturen op sensitieve respons en relationeel werken

De aanpak verschilt wezenlijk van onze kleinschalige behandelgroepen. “We sturen nog sterker op sensitieve respons,” legt Miriam uit. “Als een jongere bijvoorbeeld een bloempot door het raam gooit, is het de kunst om je eigen reactie te reguleren en niet in de veroordeling te schieten.”

Myrte: “Je blijft juist open: hé, je bent boos, kom even zitten, ik ben er. Dat vraagt dat je gedrag niet persoonlijk maakt maar begrijpt vanuit hechtings- en traumaproblematiek.” “En anders dan in een gesloten setting heb je geen sleutel als back-up,” benadrukt John. “Het is zuiver relationeel werken. Ook als je je geraakt voelt, moet je vanuit je relatie met de jongere kunnen zeggen: ik blijf voor je gaan.”

Leren en blijven reflecteren

Doorlopend leren en reflecteren is een belangrijk onderdeel van de trajecten. Miriam: “De medewerkers van BLND volgen eigen trainingen en wij nemen hen mee in de methodieken van Combinatie Jeugdzorg.” Ook bij evaluaties na incidenten wordt samen gereflecteerd. Myrte: “We brengen dan verschillende perspectieven en expertises bij elkaar. Die lerende houding wordt door de betrokken medewerkers zeer gewaardeerd.” Volgens John zit de kracht van evalueren vooral in zelfreflectie. “De vraag is niet wat het kind anders had moeten doen, maar wat jij als professional de volgende keer anders kunt doen om te voorkomen dat een kind zo reageert.” Miriam: “In evaluaties kijken we daarom ook altijd wat de hulpverlening aan deze jongeren met de professionals doet en wat zij nodig hebben om mentaal en emotioneel overeind te blijven.”

Onvoorwaardelijkheid doortrekken in de keten

Volgens John is het belangrijk dat die onvoorwaardelijkheid wordt doorgetrokken in de hele keten. “Als de professional er onvoorwaardelijk moet zijn voor de jongere, dan moet de gedragswetenschapper er onvoorwaardelijk zijn voor de professional en de manager voor de gedragswetenschapper. En uiteindelijk vraagt dat ook iets van de inzet van partners en hoe we dit als samenleving duurzaam organiseren en financieren.”

Eerste ervaringen en verdere ontwikkeling

De eerste ervaringen zijn positief. “We zien dat de jongeren stabiliseren en kleine stapjes zetten in hun ontwikkeling,” vertelt Miriam. “Meer dan vooraf verwacht.” Ook de samenwerking met partners verloopt soepel. “We kunnen snel de juiste expertise invliegen als dat nodig is,” zegt Myrte. Tegelijkertijd wordt de aanpak in 2026 verder ontwikkeld, verfijnd en gekeken naar mogelijke groei gezien de grote vraag die er ligt. “Belangrijk is dat er ook passend, kleinschalig vervolgaanbod is in 18+-zorg en in het maatschappelijk netwerk,” aldus Miriam. “We zijn daarover in gesprek met uiteenlopende partijen zoals zorgpartners, scholen, verenigingen en werkgevers.” John onderstreept het belang daarvan: “Deze jongeren hebben ankers nodig in onderwijs, werk, vrije tijd en relaties, om zich uiteindelijk als volwassenen te kunnen redden in de samenleving. Daar doen we het voor.”

We zien dat de jongeren stabiliseren en kleine stapjes zetten in hun ontwikkeling